10%-boete in koopakte niet langer redelijk?
In een tijd van een overspannen woningmarkt en fors gestegen huizenprijzen lijken niet alle oude regelingen nog toepasbaar. Het Hof stelt dat er rekening moet worden gehouden met huidige omstandigheden en opent hiermee een discussie.
Soms wordt er een woning verkocht waarna de koper toch niet kan voldoen aan de koopprijs. Om dit soort situaties zo veel mogelijk te voorkomen, wordt de 10%-boete gehandhaafd. Deze regeling is in de jaren zeventig en tachtig organisch ontstaan in de vastgoedpraktijk. De boete houdt in dat de verkoper de koopovereenkomst kan ontbinden en aanspraak kan maken op 10% van de koopprijs.
Dit zou een vervelende situatie zijn voor de verkoper, het kost tijd om alles opnieuw te regelen en er is dan opnieuw onzekerheid over de verkoop van het pand.
Nu is hier recentelijk een discussie over opengesteld. Het Hof stelt dat de omstandigheden tegenwoordig niet langer resoneren met de regeling. Er is een wanverhouding tussen de boete en de overlast en onzekerheid die de verkoper zou moeten verduren. Het percentage van 10% past bij een tijd waarin de koopprijzen van woningen zo ongeveer de helft waren van de prijzen van nu. Ook verloopt de verkoop van een woning nu vele malen sneller door de overspannen woningmarkt. Omdat de woningwaarde, inclusief inflatiecorrectie, zo sterk is gestegen, is het zelfs zo dat de woning vaak voor een nog hogere prijs wordt verkocht.
De boete functioneert als prikkel tot nakoming, en dit blijft belangrijk. Het Hof is echter van mening dat de omstandigheden uiteindelijk beslissend zijn voor de hoogte van de boete.